18-09-2026
Prinsjesdag 2026: Wat verandert er voor de arbeidsrechtelijke praktijk?
Het is weer Prinsjesdag geweest. In de Miljoenennota 2027 en de bijlagen daarbij staan een aantal wijzigingen die voor de arbeidsrechtelijke praktijk van belang zijn. Hieronder zetten we de belangrijkste op een rij. Let op: een deel van deze wijzigingen is in wetsvoorstellen opgenomen, die door de Tweede en/of Eerste Kamer moeten worden aangenomen, waardoor de inhoud en data nog kunnen veranderen.
Ontslag en uitkeringen
- De compensatieregeling transitievergoeding blijft in 2027 bestaan. Hierdoor kunnen werkgevers in 2027 aanspraak maken op compensatie van de transitievergoeding zowel bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid als bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of overlijden van de werkgever Het kabinet heeft het afschaffen een jaar uitgesteld, naar 1 januari 2028.
- Werknemers houden voorlopig recht op maximaal 24 maanden WW. De verkorting naar 12 maanden schuift op naar 1 januari 2029. De overige WW-maatregelen, te weten strengere eisen aan het arbeidsverleden, een hogere uitkering in de eerste twee maanden en een langzamere opbouw van WW-rechten, staan nog steeds gepland voor 2030.
- De eerder aangekondigde verlaging van het maximumdagloon met 20% gaat niet door. Dat betekent dat uitkeringen op grond van de WIA, WAO, WW, Ziektewet en de verlofregelingen op het huidige niveau blijven. Ook de premiegrondslag voor werkgevers verandert niet.
- De jaarlijkse tegemoetkoming voor mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering verdwijnt een jaar later dan gepland, namelijk per 1 januari 2029.
- Op het vlak van handhaving van de sociale zekerheid komt er meer maatwerk. Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid gaat naar verwachting op 1 januari 2027 in. Het UWV, de SVB en gemeenten krijgen dan meer ruimte om rekening te houden met iemands persoonlijke situatie en kunnen onder omstandigheden afzien van een boete of terugvordering.
Flexwerk en uitzenden
- De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) treedt naar verwachting op 1 januari 2027 in werking, maar wordt gefaseerd ingevoerd. Uitleners die onder de overgangsregeling willen vallen, moeten zich tussen 1 november en 31 december 2026 aanmelden en tussen 1 mei en 30 juni 2027 een toelating aanvragen bij de nieuwe Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt. Het uitleen- en inleenverbod gaat pas per 1 januari 2028 gelden; vanaf dat moment handhaaft de Arbeidsinspectie en mogen inleners alleen nog werken met toegelaten uitleners.
- De Wet meer zekerheid flexwerkers is in 2026 door beide Kamers aangenomen en brengt twee belangrijke veranderingen. Oproepcontracten maken plaats voor basiscontracten met een bandbreedteregeling en de onderbrekingstermijn in de ketenregeling gaat van zes maanden naar drie jaar. Die onderdelen gaan naar verwachting pas per 1 januari 2028 in, maar het onderdeel over gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten geldt al eind 2026.
Premies en pensioen
- Werkgevers gaan iets meer premie betalen. De premie voor de Werkhervattingskas (Whk), die werkgevers betalen voor de WGA en de Ziektewet van (ex-)werknemers stijgt met 0,15%-punt. Normaal wordt zo'n stijging opgevangen door een lagere premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), maar dat gebeurt dit keer niet.
- De aftoppingsgrens, het maximuminkomen waarover fiscaal voordelig pensioen kan worden opgebouwd, wordt tot en met 2032 bevroren. Dit betekent dat meer werknemers met deze aftoppingsgrens te maken krijgen.
Arbeidsvoorwaarden en loonheffing
- Biedt u werknemers korting op producten uit de eigen branche? Dan is de volgende wijziging relevant. Per 2027 wordt die korting belast. Nu valt ze nog onder een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling, maar die vrijstelling vervalt. De korting komt daardoor in de vrije ruimte binnen de Werkkostenregeling terecht of wordt belast loon. Dit kan ertoe leiden dat geïnventariseerd moet worden hoe de vrije ruimte kan worden herverdeeld.
- De expatregeling wordt per 2027 versoberd: de 30%-regeling wordt een 27%-regeling en de salarisnormen gaan omhoog. Werkgevers kunnen ingekomen werknemers daardoor een kleiner deel van het loon onbelast vergoeden.
- Werknemers van start-ups en scale-ups met aandelenopties betalen naar verwachting per 1 januari 2027 niet meer belasting op het moment dat ze de opties krijgen, maar pas op het moment dat ze de opties daadwerkelijk verzilveren, en dan over 65% van de waarde in plaats van de volle 100%.
- De onbelaste reiskostenvergoeding gaat structureel omhoog naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht over heel 2026. Let wel: het gaat om een maximum, niet om een verplichting om deze vergoeding te verstrekken.