Linda van de Reep
Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200
De Kennisgroep heeft recent helderheid verschaft over de vraag wanneer een schip kwalificeert als zeeschip voor de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA).
De afdrachtvermindering geldt alleen voor zeevarenden aan boord van een zeeschip, zoals gedefinieerd in de wet. Voor offshore-installatieschepen is vaak de vraag of de WVA van toepassing is.
Het antwoord van de Kennisgroep:
Een schip kwalificeert in principe als zeeschip als het, gemeten in tijd, meer dan 50% van zijn activiteiten inzet voor een of meer van de volgende vormen van internationale zeevaart:
LET OP: vervoer tussen twee havens of offshore-installaties binnen dezelfde staat is geen internationaal verkeer.
Kabelleggers, pijpenleggers, onderzoeksschepen en kraanschepen zijn volgens de Kennisgroep in beginsel geen zeeschip in de zin van de WVA. De Kennisgroep geeft aan dat deze schepen niet primair zijn bestemd voor zeevervoer.
Overigens is de uiteindelijke kwalificatie als zeeschip (of niet) afhankelijk van de feiten en omstandigheden per boekjaar. Als gevolg van de feitelijke activiteiten in een jaar, kan bijvoorbeeld voor de crew aan boord van het kraanschip dus alsnog WVA worden geclaimd. Essentieel is dan dat de hoofdfunctie van het schip aantoonbaar is gericht op het zeevervoer. Belangrijke hulpmiddelen bij deze beoordeling zijn:
Wil je meer weten over dit Kennisgroepstandpunt? Neem dan contact op!
Volg ons!
Aanmelden nieuwsbrief LinkedIn