23-06-2026

Minister Boekholt-O’Sullivan zet door: vijf maatregelen voor de middenhuurmarkt

De Tweede Kamer stemde afgelopen dinsdag in met het voorstel van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om vijf maatregelen door te voeren die de verhuur van middenhuurwoningen moeten stimuleren. De minister reageert daarmee op de uitpondgolf die de huurmarkt in zijn greep houdt.

Aanpassingen van het woningwaarderingsstelsel
Gelet op de gevolgen voor de middenhuur heeft de minister aanpassingen van het WWS naar de Raad van State gestuurd voor advies. De bedoeling is dat deze aanpassingen van het WWS per 1 januari 2027 ingaan.

De meest ingrijpende aanpassing is de introductie van een prijsopslag voor woningen waarop de WOZ-cap van toepassing is. De WOZ-cap begrenst het aantal punten dat via de WOZ-waarde wordt toegekend, zodat woningen in gewilde wijken niet automatisch in de vrije sector terechtkomen. Dit heeft als bijwerking dat verhuurders op populaire locaties tegen een (te) lage maximale huurprijs aanlopen. De nieuwe maatregel zou dit moeten oplossen. Verhuurders mogen voortaan de maximale huurprijs vragen die hoort bij het oorspronkelijke puntentotaal zonder de WOZ-cap, terwijl de woning formeel in de middensector blijft vallen. De regulering blijft daarmee in stand, maar de financiële ruimte voor de verhuurder wordt vergroot.

Daarnaast worden kleine rijksmonumenten zwaarder gewaardeerd en worden de vijf minpunten voor het geheel ontbreken van een buitenruimte geschrapt, een aanpassing die met name verhuurders van kleinere stadswoningen ten goede komt.

Verhuurders kunnen de huurprijs verhogen naar het nieuwe maximum uitsluitend bij het afsluiten van een nieuw huurcontract. 

Tijdelijke contracten voor studenten
De minister maakt tijdelijke huurcontracten ook mogelijk voor studenten die al wonen in de gemeente waar zij studeren. Op dit moment zijn tijdelijke contracten van maximaal twee jaar alleen toegestaan voor studenten die vanuit een andere gemeente of het buitenland naar hun studiestad verhuizen. Die beperking wordt afgeschaft. Tijdelijke contracten bieden verhuurders meer flexibiliteit en verkleinen daarmee de prikkel om woningen te verkopen.

Verlenging nieuwbouwopslag
De Wet betaalbare huur legde daarnaast ook nieuwbouw- en transformatieprojecten aan banden. Verwachte huurinkomsten kwamen al voor de oplevering onder druk te staan. Om te voorkomen dat projecten zouden stilvallen, introduceerde de wetgever een tijdelijke nieuwbouwopslag van 10% bovenop de maximale WWS-huurprijs.

De minister verlengt de regeling met vier jaar. Verhuurders met een bouwstart tussen 1 januari 2028 en 1 januari 2032 kunnen gedurende twintig jaar de 10% opslag toepassen. Het verlengingsbesluit gaat later dit jaar in internetconsultatie.

Gaat dit werken?
De vraag is of deze maatregelen voldoende zijn om het tij te keren. De vijf maatregelen zijn een stap in de goede richting, maar het zijn ook bescheiden correcties op een systeem dat door veel verhuurders als structureel onevenwichtig wordt ervaren. Hoe groot het effect voor verhuurders zal zijn, moet verder blijken uit de evaluatie van de Wet betaalbare huur, die uiterlijk 1 juli 2027 naar de Kamer gaat. Op basis van die evaluatie bekijkt de minister of aanvullende maatregelen nodig zijn. Veel verhuurders vinden bovendien voornamelijk hinder van de fiscale verandering in box 3. De vraag is dan ook of deze maatregelen echt tot verbeteringen van de huidige situatie gaat leiden.

Vragen?
Heeft u vragen over de gevolgen van deze maatregelen voor uw verhuurpraktijk of vastgoedportefeuille? BUREN staat voor u klaar om u te adviseren.

Key contacts

Ulrich Koeze

Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200

Anke de Jong

Associate | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 311 4877

Volg ons!
Aanmelden nieuwsbrief  LinkedIn

Gerelateerd nieuws