Linda van de Reep
Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200
Onlangs is het nieuwe beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer gepubliceerd. Een document van 25 pagina’s over de Nederlandse toepassing van bepalingen uit belastingverdragen, en de Nederlands belastingwetgeving. Eén van de onderwerpen in dit besluit richt zich op het thuiswerken en de vaste inrichting.
Werknemers die vanuit huis werken voor een buitenlandse werkgever kunnen onbedoeld een fiscaal vestigingspunt (vaste inrichting) van de werkgever creëren in het land waar zij wonen. Het beleidsbesluit gaat hier nader op in, en volg hierbij de mede naar aanleiding van de aanpassing van het OESO-modelverdrag van 19 november 2025.
In het OESO modelverdrag en het bijbehorende commentaar is verduidelijkt wanneer een thuiswerkplek kan gelden als vaste inrichting van de buitenlandse werkgever. Als hoofdregel geldt:
Nederland volgt deze zienswijze. Daarbij is aangegeven dat de wijziging van het OESO Modelverdrag als verduidelijking van art. 5 OESO-modelverdrag en alle eerdere commentaren. Daarom is deze uitleg relevant voor alle oudere belastingverdragen waarbij het winst-artikel is gebaseerd op het OESO-modelverdrag.
LET OP: Deze verduidelijking ziet uitsluitend op de vraag of de thuiswerkplek een vaste inrichting van de werkgever vormt, met mogelijke gevolgen voor de (buitenlandse) winstbelastingplicht van die werkgever. Los daarvan blijft voor de belastingheffing over het arbeidsinkomen van de thuiswerkende werknemer de gebruikelijke toets van het arbeidsartikel bepalend voor de verdeling van het heffingsrecht tussen woon- en werkland. Beide beoordelingen - vaste inrichting en heffingsrecht over het loon - moeten dus afzonderlijk worden gemaakt.
Volg ons!
Aanmelden nieuwsbrief LinkedIn