Suzan van de Kam
Partner | Advocaat I Mediator
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200
In een interessante uitspraak van 19 oktober 2016 heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat de ondernemingsraad van een onderneming adviesrecht kan toekomen in het geval de aandeelhouders van de moederonderneming een adviesplichtig besluit nemen.
Inleiding
In de zaak die voorlag bij het Ondernemingskamer was geen sprake van een besluit van de onderneming zelf (SHL Engineering) maar hadden de twee aandeelhouders van de moeder, SHL Holding, besloten om Goldman Sachs in te schakelen om te adviseren over een mogelijke verkoop van aandelen. Volgens de Ondernemingskamer komt de ondernemingsraad van SHL Engineering adviesrecht toe voor dit besluit indien de aandeelhouders als medeondernemers beschouwd kunnen worden. Hiervan is sprake als die aandeelhouders kunnen worden gezien als ondernemers die SHL Engineering mede in stand houden. Hiervoor is volgens de Ondernemingskamer noodzakelijk dat (i) het besluit rechtstreeks ingrijpt in de onderneming en (ii) de aandeelhouders stelselmatig de mogelijkheid hebben om op zodanige wijze invloed uit te oefenen op de onderneming dat gezegd kan worden dat zij de onderneming van SHL Engineering mede in stand houden.
Uitspraak OK
In dit geval was volgens de Ondernemingskamer voldaan aan de voorwaarde sub (i) aangezien met het geven van de adviesopdracht mede de toekomst van SHL Engineering werd bepaald, bijvoorbeeld door de wijze waarop de SHL Groep in de markt wordt gezet. Tevens achtte de Ondernemingskamer van belang dat de onderneming SHL Engineering een essentieel onderdeel uitmaakt van de groep.
Van voorwaarde sub (ii) was volgens de Ondernemingskamer tevens sprake aangezien de twee aandeelhouders, blijkens de structuur en de inrichting van de SHL Groep, via een Board of Directors stelselmatig direct of indirect invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken binnen SHL Engineering en dat deze Board of Directors, als het erop aankomt, steeds het laatste woord heeft.
Op grond van hiervan oordeelde de Ondernemingskamer dat het besluit tot het geven van de adviesopdracht aan Goldman Sachs kennelijk onredelijk is omdat de ondernemingsraad van SHL Engineering was gepasseerd en het besluit daarom moet worden ingetrokken.
Conclusie
Deze uitspraak is om meerdere redenen interessant. Ten eerste vanwege het feit dat de Ondernemingskamer door de gekozen vennootschapsrechtelijke structuur heen prikt en de aandeelhouders van de moedervennootschap als medeondernemer aanmerkt. Ten tweede omdat de Ondernemingskamer weer eens bevestigt dat het inschakelen van een externe deskundige over adviesplichtige besluiten die onder artikel 25 Wet op de ondernemingsraden vallen zelf ook adviesplichtig zijn. In de praktijk worden ondernemingsraden op dit punt regelmatig gepasseerd.