Epke Spijkerman
Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)20 237 1116
Na 104 weken ziekte eindigt de loondoorbetalingsverplichting en kan de werkgever het dienstverband opzeggen. In de praktijk gebeurt dat lang niet altijd (direct). Het gevolg: een slapend dienstverband, waarbij de werknemer geen salaris ontvangt en geen werkzaamheden verricht. Maar wat betekent dit voor de opbouw van vakantiedagen? Loopt die gewoon door of niet?
Het juridisch kader
Het Nederlandse uitgangspunt is helder: op grond van artikel 7:634 BW bouwt een werknemer alleen vakantiedagen op over periodes waarin recht op loon bestaat. Bij een slapend dienstverband ontbreekt het recht op loon, zodat volgens de letter van de wet geen verdere opbouw van vakantiedagen plaatsvindt.
Het Europese recht geeft een andere invulling aan het recht op vakantie. Op basis van artikel 7 van de Arbeidstijdenrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie geldt dat een werknemer zijn recht op jaarlijkse vakantie behoudt wanneer hij door ziekte geen vakantie heeft kunnen opnemen.
Het Hof heeft daarbij expliciet overwogen dat ziekte en vakantie verschillende doelen dienen:
Dit brengt mee dat ziekte geen beperking mag vormen voor het recht op vakantie. Oftewel: zieke werknemers bouwen wél vakantiedagen op, ook na de eerste twee ziektejaren en ongeacht of nog loon wordt betaald.
Kabinet, literatuur en rechtspraak geven uiteenlopende antwoorden
Het voormalige kabinet heeft in antwoord op Kamervragen aangegeven dat de Nederlandse bepalingen over vakantieopbouw niet in strijd zijn met het Europese recht en dat de opbouw dus stopt na het einde van de loondoorbetalingsplicht.
De literatuur is verdeeld en ook in de rechtspraak zijn deels tegenstrijdige uitspraken gedaan:
Een en ander leidt tot rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid voor werknemers en werkgevers door het hele land.
De prejudiciële vraag: eindelijk duidelijkheid?
Om een einde te maken aan deze onduidelijkheid heeft de kantonrechter Rotterdam in haar beschikking van 17 maart 2026 de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld:
“Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer – anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt – vakantiedagen met loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?”
Wat betekent dit voor u?
Zolang de Hoge Raad zich nog niet heeft uitgesproken, blijft sprake van een onzekere rechtspositie. Indien de Hoge Raad oordeelt dat tijdens een slapend dienstverband wél vakantiedagen worden opgebouwd, kan dit leiden tot extra kosten voor werkgevers. De opgebouwde vakantiedagen zullen bij het einde van het dienstverband immers moeten worden uitbetaald of verrekend.
Wij raden werkgevers daarom aan om de arbeidsovereenkomst na afloop van de loondoorbetalingsplicht zo spoedig mogelijk te beëindigen. Daarmee voorkomt u in ieder geval dat mogelijk verdere vakantiedagen worden opgebouwd en extra kosten ontstaan.
Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en informeren u zodra de Hoge Raad zich heeft uitgesproken. Heeft u in de tussentijd vragen over een specifieke situatie? Neem dan gerust contact met ons op.
Volg ons!
Aanmelden nieuwsbrief LinkedIn