Ruud Brunninkhuis
Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200
Rechtbank Den Haag heeft op 16 december 2021 in uitspraak 67 verzoeken tot aanstelling van een #herstructureringsdeskundige, tot het afkondigen van een #afkoelingsperiode en tot het opheffen van beslagen op onroerende zaken afgewezen. De link naar deze uitspraak staat in de comments hieronder.
De schuldenaar heeft het gros van haar verzoeken gedaan in een verweerschrift dat zij heeft opgesteld om aan een faillissementsaanvraag te ontsnappen. Een van de aanvragers zou een indirecte aandeelhouder van de schuldenaar zijn. De rechtbank heeft de schuldenaar verzocht om de relevante beslagleggers in staat te stellen een zienswijze te geven in het kader van de behandeling van het verzoek om een afkoelingsperiode.
De aanvragers van het faillissement, tevens beslagleggers, zijn ervan overtuigd dat de schuldenaar te ver heen is. De schuldenlast en de lopende verplichtingen zijn totaal niet onder controle. Er moet zo snel mogelijk een curator worden aangesteld en er moet duidelijkheid komen over het afbouwen van de lopende projecten.
De rechtbank gaat na of de schuldenaar zich wel in de WHOA-toestand bevindt, de toestand waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. De rechtbank maakt andermaal duidelijk dat deze toestand er op neerkomt dat een schuldenaar nog in staat is om zijn lopende verplichtingen te voldoen, maar tegelijkertijd voorziet dat er geen realistisch perspectief bestaat om een toekomstige insolventie af te wenden als zijn schulden niet worden geherstructureerd.
De rechtbank oordeelt dat de schuldenaar zich niet in de WHOA-toestand bevindt: (i) de current ratio was ultimo 2020 al 1,05 en per heden slechts 0,63, (ii) de solvabiliteitsratio per ultimo 2020 was 9%, (iii) er zijn onvoldoende middelen om de loonkosten in week 52 te kunnen betalen, (iv) het is niet duidelijk of en wanneer de lopende financiële verplichtingen kunnen worden betaald met opbrengsten van de schuldenaar, (v) op geen enkele wijze is duidelijk gemaakt hoe de schuldenaar de negatieve kasstroom kan keren – niet is gebleken van concrete plannen om tot een operationele herstructurering te komen, (vi) de schuldenaar wil haar lopende verplichtingen voldoen door activa te verkopen, maar op geen enkele wijze wordt duidelijk of, wanneer en op welke manier het aldus interen op het nu nog voor verhaal beschikbare vermogen zal kunnen worden ‘terugverdiend’ door middel van operationele activiteiten en (vii) ook bij ‘winst’ in de bindend-adviesprocedure er niet van kan worden uitgegaan dat er betaling van een bedrag van ruim EUR 8,5 miljoen in januari 2022 zal volgen (de schuldenaar wilde daarmee het WHOA-traject financieren).
Ook een liquidatieakkoord is niet aan de orde. De rechtbank wijst de verzoeken af nu de schuldenaar zich niet in de WHOA-toestand bevindt, maar eerder in de toestand waarin zij is opgehouden te betalen.