Ruud Brunninkhuis
Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200
Uitspraken 40 en 41 zijn uitspraken van 23 augustus 2021 van de Rechtbank Amsterdam en hebben betrekking op hetzelfde WHOA-traject dat door Egbert Walinga wordt begeleid. In uitspraak 40 wordt er voor het eerst in een akkoordprocedure een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld. Die vraag relateert aan de positie van bedrijfspensioenfondsen:
“Is op grond van artikel 369 lid 4 Fw het in afdeling 2, titel 4 Faillissementswet bepaalde (de WHOA) van toepassing op vorderingen van de bedrijfspensioenfondsen in de zin van de wet Bpf 2000 betreffende achterstallige pensioenpremies?’
Als gevolg van deze prejudiciële vraag is de beslissing op het homologatieverzoek aangehouden. Daar kon de schuldenaar in kwestie niets aan doen. Ook al heeft deze schuldenaar na het verlopen van de eerdere afkoelingsperiode geen verzoek gedaan tot verlenging daarvan, de rechtbank kondigt daarom in uitspraak 41 een nieuwe afkoelingsperiode af van twee maanden.
Zouden deze twee maanden voldoende zijn voor de Hoge Raad om de prejudiciële vraag te beantwoorden?

Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200

Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200