15-11-2021

Rechtbank Noord-Nederland 15 november 2021 - ECLI:NL:RBNNE:2021:5106

De Rechtbank Noord-Nederland publiceert vandaag ook een beschikking van 15 november jl. Dat is uitspraak 64. Een schuldenaar die een onderneming drijft die zich bezighoudt met goederenvervoer over de weg, niet zijnde verhuizingen, is voornemens om een liquidatieakkoord aan te bieden en verzoekt achtereenvolgens om een #afkoelingsperiode van twee maanden en om een #herstructureringsdeskundige (HD) aan te wijzen. De rechtbank wijst echter beide verzoeken af.

Een curator die recent een executoriale titel heeft verkregen jegens de schuldenaar, verzet zich tegen de afkoelingsperiode en laat via een zienswijze weten dat de schuldenaar misbruik maakt van de WHOA.

De rechtbank gaat eerst na of de schuldenaar wel in de vereiste toestand verkeert waarin het redelijkerwijs aannemelijk is dat hij met het betalen van zijn schulden niet zal kunnen voortgaan. Dit vereiste komt er op neer dat de schuldenaar nog in staat moet zijn om haar lopende verplichtingen te voldoen maar dat tegelijkertijd voorzienbaar moet zijn dat er geen realistisch perspectief bestaat om een toekomstige insolventie af te wenden als de schulden niet worden geherstructureerd. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de schuldenaar in staat is om een haar lopende verplichtingen te voldoen. De schuldenaar kampt met een maandelijks tekort dat niet kan worden gedicht, terwijl aan de uitgavenzijde nog de maandelijks te betalen loonheffingen ontbreken. Bovendien blijkt de haalbaarheid van de opgenomen omzet afhankelijk van de bereidheid van opdrachtgevers om vervroegd te betalen. Aangezien de schuldenaar daarom niet in de vereiste toestand verkeert, worden beide verzoek door de rechtbank afgewezen.

Ten overvloede overweegt de rechtbank ten aanzien van de verzochte afkoelingsperiode nog dat deze ook niet in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. Niet valt aan te nemen dat met een WHOA-akkoord een beter resultaat kan worden behaald dan met een afwikkeling in faillissement. Gelet op het maandelijks tekort bij de schuldenaar zullen de schulden tijdens een afkoelingsperiode verder oplopen, terwijl ook de kosten van het WHOA-traject zelf dan nog moeten worden betaald. Hoewel ook een afwikkeling in faillissement kosten met zich mee brengt, kent deze afwikkeling wel meer waarborgen als het gaat om het onderzoeken van eventuele acties die het actief nog verder kunnen vergroten, zoals bijvoorbeeld eventuele vorderingen uit hoofde bestuurdersaansprakelijkheid dan wel uit hoofde van de faillissementspauliana.

De curator had overigens nog verzocht om een proceskostenveroordeling. De rechtbank gaat daar niet in mee: de verzoeken zijn niet specifiek tegen de curator gericht, zodat de curator niet als een in het gelijk gestelde partij kan worden beschouwd.

Naar uitspraak 64

Key contacts

Ruud Brunninkhuis

Partner | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200