buren-logoburen-chinalegalangle-rightangle-left
15-01-2021

UPDATE | Steunmaatregelingen en fiscale maatregelen met betrekking tot het coronavirus | 1 januari 2021

Het kabinet heeft besloten om vanwege het coronavirus economische maatregelen te nemen om banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen. Hieronder treft u een update aan van de momenteel geldende steun- en fiscale maatregelen. Voor de maatregelen genomen in het kader van arbeid verwijzen we naar onze publicatie: UPDATE | Arbeidsgerelateerde maatregelen met betrekking tot het coronavirus.

1. Steunmaatregelingen

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers
Voor zelfstandig ondernemers heeft het kabinet de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) getroffen om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Deze regeling voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud indien het huishoudinkomen door de crisis onder het sociaal minimum daalt en in een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen als gevolg van de crisis op te vangen. De momenteel geldende Tozo, Tozo 3, loopt van 1 oktober 2020 tot 1 april 2021. Wij verwijzen naar de website van de Rijksoverheid voor meer informatie over de voorwaarden van Tozo 3 en de berekening van de hoogte van de tegemoetkoming.

Vanaf 1 april 2021 tot 1 juli 2021 zal Tozo 4 gelden. Tozo 4 bevat aanvullende vereisten waaronder een beperkte vermogenstoets. De beperkte vermogenstoets houdt in dat ondernemers met meer dan EUR 46.520 aan beschikbare geldmiddelen niet in aanmerking komen voor de Tozo. Meer informatie over Tozo 4 zal begin 2021 worden bekendgemaakt.

Kleine Kredieten Corona garantieregeling
Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk voor ondernemers die bij de KvK staan ingeschreven vóór 1 januari 2019 om in aanmerking te komen voor de Kleine Kredieten Corona garantieregeling (KKC) van het ministerie van Economische Zaken voor een lening van tussen de EUR 10.000 en EUR 50.000. Wij verwijzen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVOvoor meer informatie.

Garantie Ondernemersfinanciering
Met de Garantie Ondernemersfinanciering corona-module (GO-C) kunnen banken krediet verstrekken aan ondernemingen die liquiditeitstekorten hebben als gevolg van het coronavirus. De leningen hebben een maximale looptijd van 6 jaar tussen EUR 1.5 miljoen en EUR 150 miljoen per onderneming waarbij de Staat voor 80% voor grootbedrijf en 90% voor MKB garant staat. Banken dienen de garantieaanvraag uiterlijk op 15 juni 2021 in te dienen. Wij verwijzen naar de website van de RVO voor meer informatie.

Borgstelling MKB-kredieten
Het ministerie van Economische Zaken staat via de borgstelling MKB-kredieten (BMKB) 90% voor MKB en 80% voor grootbedrijven borg voor de kredieten aan ondernemers. De looptijd hiervoor is verlengd tot 4 jaar zodat ondernemers meer tijd hebben om terug te betalen en verder is de premie voor de BMKB-regeling verlaagd van 3.9% naar 2% bij een looptijd van 8 jaar en verlaagd naar 3% bij een looptijd van 9 tot 16 kwartalen. Wij verwijzen naar de website van de RVO voor meer informatie.

Tegemoetkoming Vaste Lasten
De tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) na 1 oktober 2020 is bestemd voor mkb-ondernemers met maximaal 250 werknemers en zelfstandigen die door de diverse maatregelen ter bestrijding van corona een omzetverlies hebben van meer dan 30%. De TVL is aan te vragen vanaf november 2020. Dit percentage zal elke drie maanden in stappen worden verhoogd. De maximale tegemoetkoming bedraagt EUR 90.000 en is afhankelijk van de hoogte van de vaste lasten en het omzetverlies. De TVL staat open tot 30 juni 2021. Wij verwijzen naar de website van de RVO voor meer informatie.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid na 1 oktober 2020
De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) zal met drie tijdvakken van drie maanden worden verlengd van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021. In de eerste periode, van 1 oktober tot en met 31 december 2020, kwamen werkgevers met een omzetverlies van ten minste 20% in aanmerking voor een tegemoetkoming. Vanaf 1 april 2021 zal deze voorwaarde ten minste 30% zijn. Wij verwijzen naar de website van het UWV voor meer informatie.

2. Formeel belastingrecht

Bijzonder uitstel van betaling
Er kan worden geopteerd voor bijzonder uitstel van betaling bij de Belastingdienst. Het kan gaan om uitstel van betaling voor de inkomstenbelasting, zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, loonbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting, verhuurderheffing, milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater), accijnzen (waaronder minerale oliën, alcohol en tabak), verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en BPM voor vergunningshouders. Het versoepelde uitstelbeleid geldt tot en met 1 april 2021. Vanaf 1 juli 2021 begint de afbetaling van de openstaande belastingschuld waarvoor bijzonder uitstel is verleend. De belastingschuld dient in drie jaar elke maand met een vast bedrag te worden afbetaald. De maximale termijn van de betalingsregeling is 36 maanden. De betalingsregeling loopt dus uiterlijk 1 juli 2024 af.

Daarnaast heeft de Belastingdienst een formulier op de website geplaatst waardoor in een keer voor alle belastingen uitstel van betaling kan worden gevraagd. Let op: een groot deel van de belastingen dient expliciet in het formulier te worden vermeld.

Invorderingsrente en belastingrente  
Gedurende de periode 23 maart 2020 tot en met 31 december 2021 was de invorderingsrente verlaagd van 4% naar 0,01%.

Voor 1 juni 2020 bedroeg de belastingrente voor de vennootschapsbelasting 8% en voor overige belastingen 4%. In de periode 1 juni 2020 tot 1 oktober 2020 was de belastingrente verlaagd naar 0,01%. Voor de inkomstenbelasting gold dit verlaagde tarief gedurende de periode 1 juli 2020 tot en met 1 oktober 2020. In de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021 bedraagt de belastingrente 4%. De belastingrente van vennootschapsbelasting zal per 1 januari 2022 worden verhoogd naar 8%. 

Betalingskorting ineens
De betalingskorting bij een betaling in één keer van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2021 is verlaagd tot naar 0,01%.

3. Vennootschapsbelasting

Verminderen afgedragen vennootschapsbelasting 2019
De belastingplichtige kan door middel van een verzoek tot herziening van de voorlopige aanslag of het indienen van de aangifte (een deel van) de eerder verschuldigde vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 verminderen. Een aanvullende aangifte wordt in ieder geval in aanmerking genomen wanneer door de Belastingdienst nog geen finale aanslag is opgelegd of de bezwaartermijn van 6 weken van een finale aanslag nog niet is verlopen.

Verlagen voorlopige aanslag 2020 en 2021
Indien van toepassing kunnen voorlopige aanslagen voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting over het jaar 2020 en 2021 op verzoek worden verlaagd. De inspecteur zal dit verzoek in beginsel inwilligen. Wij raden aan ook te controleren of het mogelijk is de voorlopige aanslag over het jaar 2019 te verminderen, zie ook onderstaand item over de fiscale coronareserve.

Fiscale coronareserve
Voor de vennootschapsbelasting wordt het mogelijk gemaakt dat bedrijven het te verwachte verlies voor het jaar 2020 dat verband houdt met de coronacrisis als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 brengen.

Deze regeling maakt het mogelijk om nu al verliezen in het jaar 2020 te verrekenen met de winst over het jaar 2019. Dit was tot nu toe pas mogelijk na het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2020. In een recent beleidsbesluit zijn er meer richtlijnen gegeven voor deze reserve.

Voorwaarden:

  1. Er is sprake van een verwacht ‘coronagerelateerd verlies’ in het boekjaar 2020. Dat is bijvoorbeeld het geval voor zover sprake is van een verlies door omzetderving vanwege de door de overheid genomen coronamaatregelen.
  2. Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020. Vorming van een coronareserve is dus niet mogelijk als de inschatting is dat over het boekjaar 2020 een positieve belastbare winst wordt genoten. De belastingplichtige maakt zelf een zo goed mogelijke inschatting van de verwachte omvang van het coronagerelateerde verlies.
  3. De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  4. De reserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen. Bij het opnemen van de fiscale coronareserve in de winst dienen dezelfde bepalingen van toepassing te zijn bij het bepalen van de winst als bij de vorming van deze reserve in het daaraan voorafgaande boekjaar.
  5. De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves. De vrijval in het boekjaar 2020 wordt als onttrekking in deze rubriek opgenomen in de aangifte vennootschapsbelasting 2020.

Fiscale coronareserve en gebroken boekjaren
Belastingplichtigen die een boekjaar hanteren dat niet gelijk is aan het kalenderjaar, kunnen in het laatste boekjaar dat eindigt in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2020 een fiscale coronareserve vormen. De reserve wordt in dat geval uiterlijk in het boekjaar na het boekjaar waarin de reserve is gevormd volledig in de winst opgenomen. De voorwaarden voor de goedkeuring zijn overeenkomstig van toepassing.

Termijn terugwerkende kracht bedrijfsfusie, juridische fusie, splitsing, geruisloze omzetting en geruisloze terugkeer
De termijn voor de terugwerkende kracht bij deze faciliteiten wordt verleng met drie maanden wanneer deze termijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020.

4. BTW

Btw terugvragen
Indien afnemers niet meer kunnen voldoen aan hun verplichtingen zou mogelijk onder voorwaarden voldane btw kunnen worden teruggevraagd. Wanneer een afnemer van goederen of diensten bijvoorbeeld niet meer volledig of gedeeltelijk aan haar betalingsverplichting kan voldoen is het mogelijk om de reeds voldane omzetbelasting terug te vragen. Deze teruggaaf van omzetbelasting moet dan in het aangiftetijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan in mindering worden gebracht. In het geval van niet-betaling wordt geacht het recht op teruggaaf te zijn ontstaan op moment waarop het buiten twijfel is dat er geen betaling meer zal worden gedaan door de afnemer.  

Verzoek om maandaangiften btw
Indien uw onderneming structureel teruggave btw ontvangt, kunt u verzoeken om de kwartaalaangiften om te zetten naar maandaangiften. De btw zal nu gespreid en eerder worden ontvangen.

Verzoek verrekening btw met loonheffingen
Op verzoek kan de af te dragen loonheffing worden verrekend met een teruggave voor de btw. Wij verwijzen naar de website van de Belastingdienst.

Ter beschikking stellen van zorgpersoneel en ter beschikking stellen van medische goederen om niet
In de periode 16 maart 2020 tot en met 31 maart 2021 valt het ter beschikking stellen van zorgpersoneel aan bepaalde instellingen en inrichtingen buiten de heffing van btw mits aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Deze maatregel heeft geen invloed op de aftrek van voorbelasting van de uitlener. Gedurende de periode 16 maart 2020 tot en met 31 December 2020 bleef het gratis verstrekking van medische hulpgoederen en apparatuur in bepaalde gevallen zonder gevolgen voor de heffing van btw of de (voor-)aftrek van btw bij de ondernemer die deze goederen verstrekt.

Nultarief mondkapjes
Tot en met 31 maart 2021 mag op de binnenlandse verkoop van mondkapjes het nultarief in de btw worden toegepast. Het nultarief geldt zowel voor mondkapjes die consumenten in het OV mogen gebruiken als voor medische mondkapjes en geldt ongeacht aan wie deze worden verkocht. Verkopers die btw bij aanschaf hebben betaald, behouden het recht op aftrek van voorbelasting.

5. Inkomstenbelasting

Urencriterium
Op sommige ondernemersfaciliteiten kan uitsluitend aanspraak worden gemaakt als aan het urencriterium is voldaan. Dat ondernemers als gevolg van het coronavirus bepaalde faciliteiten verliezen wordt onwenselijk en onrechtvaardig geacht. Voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 wordt geacht dat ondernemers ten minste 24 uren per week aan hun onderneming hebben besteed, ook als deze gelet op de coronacrisis niet daadwerkelijk aan de onderneming zijn besteed.

Ten aanzien van het urencriterium bij de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid worden de ondernemers geacht in deze periode 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

Voor seizoensgebonden ondernemers, waarbij de piek van hun werkzaamheden in deze periode valt, wordt bij goedkeuring geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2019.

In het jaar 2021 moeten ondernemers weer ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteden aan werkzaamheden voor hun onderneming.

Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap
Het kabinet wil de inwerkingtreding van deze wet, die zou ingaan in 2022, met één jaar uitstellen om directeuren-grootaandeelhouders tegemoet te komen. Vanwege de crisis kan het op dit moment lastig zijn om de schuld aan eigen vennootschap af te lossen.

Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen
Onder voorwaarden wordt goedgekeurd dat een tijdelijk uitstel van het betalen van de aflossing en rente voor de hypotheeklening voor de eigenwoningschuld (een betaalpauze) niet tot ongewenste fiscale gevolgen leidt. Dit zal gaan gelden voor belastingplichtige die tussen 12 maart 2020 en 31 maart 2021 verzocht heeft bij zijn geldverstrekking om een betaalpauze en de belastingplichtige en de geldverstrekker schriftelijk een betaalpauze overeenkomen van maximaal 12 maanden, welke uiterlijk ingaat op 1 april 2021.

6. Loonbelasting

WW premie
Voor de WW premie verwijzen wij naar onze publicatie: UPDATE | Arbeidsgerelateerde maatregelen met betrekking tot het coronavirus.

Aansprakelijkheid loonbelasting
Wees alert op ingeleend personeel. Indien de uitlener van personeel niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen om loonheffingen af te dragen, kan de inlenende partij aansprakelijk worden gesteld voor het voldoen van de loonheffingen.

Gebruikelijk loon
Indien de vennootschappen van aanmerkelijkbelanghouders te maken krijgen met een omzetdaling, mag van een lager gebruikelijk loon worden uitgegaan, evenredig met de omzetdaling.

De omzetdaling wordt als volgt berekend: gebruikelijk loon over 2020 = het gebruikelijk loon over 2019 x de omzet over de eerste vier maanden van 2020 / de omzet over de eerste vier maanden van 2019.

Voorwaarden:

  1. De rekening-courantschuld of het dividend neemt niet toe als gevolg van het lagere gebruikelijk loon.
  2. Als de aanmerkelijk belang werknemer feitelijk meer loon heeft genoten dan volgt uit bovenstaande berekeningen, geldt dat hogere loon. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als een BV voor de aanmerkelijk belang werknemer gebruikmaakt van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Een eventuele uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) vormt geen genoten loon uit de dienstbetrekking en heeft daarom geen gevolgen voor het gebruikelijk loon.
  3. Deze goedkeuring geldt niet voor zover de omzet in het jaar 2019 of 2020 beïnvloed is door andere bijzondere oorzaken, zoals oprichting, staking, fusie, splitsing en bijzondere resultaten.

Door deze noodmaatregel kan het zijn dat het gebruikelijk loon lager uitkomt dat de wettelijk gestelde minimale gebruikelijk loon. In 2020 al uitbetaald loon aan de aanmerkelijkbelanghouder kan niet met terugwerkende kracht worden verlaagd.

Werkkostenregeling
De vrije ruimte voor de eerste EUR 400.000 van de loonsom per werkgever was gedurende het jaar 2020 eenmalig en tijdelijk worden verhoogd van 1,7% naar 3%. Dit gaf werkgevers een mogelijkheid om hun werknemers in deze tijd extra tegemoet te komen. Boven dit bedrag bedroeg de ruimte 1,2%. Per 1 januari 2021 is de vrije ruimte verlaagd tot 1,17% van de loonsom per werkgever.

Mondkapjes mogen onbelast worden vergoed of verstrekt door de werkgever aan de werknemer, omdat de mondkapjes in het openbaar vervoer verplicht zijn en daarmee behoren tot de werkelijke kosten van het openbaar vervoer. De vergoeding of verstrekking van mondkapjes gaat niet ten koste van de vrije ruimte.

Daarnaast bestaat een gerichte vrijstelling voor Arbo voorzieningen waarvan gebruik kan worden gemaakt om de thuiswerkplek van de medewerkers in te richten zodat deze goed en veilig thuis kan werken, mits aan de door de Arbeidsomstandighedenwet wordt voldaan.

Versoepeling administratieve verplichtingen loonheffingen
Het wordt de Belastingdienst toegestaan een soepel standpunt in te nemen in het geval dat een werkgever of werknemer een wettelijke administratieve verplichting voor de loonheffingen in redelijkheid niet, niet tijdig of niet volledig nakomt en dit voor zover mogelijk herstelt zodra dit kan. Deze maatregel geldt in ieder geval tot en met 31 maart 2021.

Reiskostenvergoeding
Het is de werkgever, gedurende de werking van deze maatregelen, toegestaan om geen gevolgen te verbinden aan een wijziging in het reispatroon van een werknemer voor wat betreft de vaste reiskostenvergoeding al dan niet met nacalculatie. In ieder geval tot 1 februari 2021 kunnen de bestaande vaste reiskostenvergoedingen door de werkgever nog onbelast worden vergoed, indien het een vaste vergoedingen betreft die al voor 13 maart 2020 door de werkgever werden toegekend. In januari komt het kabinet terug op hoe het na 1 februari om wil gaan met de onbelaste vaste reiskostenvergoedingen.

6. Sociale zekerheid

Voor werknemers die buiten Nederland wonen maar in Nederland werken, zou door thuiswerken een verschuiving kunnen optreden in het land waar deze werknemers werken en sociaal verzekerd zijn. Bijvoorbeeld indien zij vanwege het coronavirus nu tijdelijk hun werkzaamheden, die zij normaliter in Nederland uitvoeren, nu in het buitenland verrichten.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft per 20 maart 2020 op haar website laten weten dat vanwege het coronavirus tijdelijk thuiswerken in een ander land geen gevolgen voor de sociale verzekeringen heeft voor werknemers die normaal over de grens wonen of werken in de Europese Unie (EU), de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland. Wij verwijzen naar de website van de SVB.

Key contacts

Peter van Dijk

Partner | Advocaat en fiscalist
Stuur mij een e-mail
+31 70 318 4834

Edwin van den Broek

Senior Associate | Belastingadviseur
Stuur mij een e-mail
+ 31 70 314 4832

David van Beek

Associate | Belastingadviseur
Stuur mij een e-mail
+31 70 318 4200

Volg ons!
Subscribe newsletter LinkedIn

Gerelateerd nieuws