buren-chinalegalangle-rightangle-left

Internationaal

Internationale praktijkgroepen

31-05-2021

Aansprakelijkheid (ex-)bestuurder voor niet afdragen pensioenpremies ná melding betalingsonmacht!

HR 21 mei 2021,19/05444, ECLI:NL:HR:2021:754

Op pensioenregelingen die zijn ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds is de Wet Verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf) van toepassing. Artikel 23 Wet Bpf betreft de hoofdelijke aansprakelijkheid van (ex-)bestuurders voor het niet afdragen van pensioenpremies. Indien een onderneming (rechtspersoon) niet in staat is pensioenpremies voor haar werknemers af te dragen, moet de onderneming dit direct mededelen aan het bedrijfstakpensioenfonds (lid 2). Doet de rechtspersoon (tijdig) deze melding van betalingsonmacht, dan is een bestuurder (slechts) aansprakelijk voor onbetaalde pensioenpremies indien aannemelijk is dat het niet betalen van de bijdragen het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar voorafgaande aan het tijdstip van de mededeling (lid 3). Doet de rechtspersoon niet (tijdig) melding van betalingsonmacht, dan is een bestuurder aansprakelijk voor onbetaalde pensioenpremies met dien verstande dat vermoed wordt dat de niet-betaling aan hem is te wijten en dat de periode van drie jaar geacht wordt in te gaan op het tijdstip waarop het lichaam in gebreke is. Tot weerlegging van het vermoeden wordt slechts toegelaten de bestuurder die aannemelijk maakt dat het niet aan hem te wijten is dat niet aan de mededelingsplicht is voldaan (lid 4).

Ontwikkelingen in de (rechts)praktijk 
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van een (ex-)bestuurder van een transportonderneming voor onbetaalde pensioenpremies over 2008, 2009 en 2010, terwijl de melding van de betalingsonmacht op 4 december 2009 aan het bedrijfstakpensioenfonds tijdig is gedaan. De aansprakelijkheid van de bestuurder ziet dus niet alleen op kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaande aan de melding betalingsonmacht, maar ook op de periode nádat de melding betalingsonmacht heeft plaatsgevonden (!).
 
De Hoge Raad heeft in een eerdere uitspraak in deze kwestie in 2017 al geoordeeld dat indien een melding betalingsonmacht is gedaan, een zodanige melding niet opnieuw hoeft te worden gedaan zolang nog geen sprake is van een betalingsachterstand, tenzij het bedrijfstakpensioenfonds de betalingsplichtige na ontvangst van een betaling schriftelijk doet weten de betalingsonmacht niet langer aanwezig te achten.
 
In deze zaak vult de Hoge Raad deze overweging - kort samengevat - aan met de overweging dat het enkel melden van betalingsonmacht geen vrijbrief is voor het verder nagenoeg onbetaald laten van pensioenpremies in algemene zin - de transportonderneming had na de melding betalingsonmacht eind 2009 maandenlang wel omzet gemaakt, maar de premieachterstand is alleen maar verder opgelopen - en dat kennelijk onbehoorlijk bestuur moet worden getoetst over de drie jaren voorafgaand aan het moment waarop de mededeling betalingsonmacht voor een specifieke bijdrage zou hebben moeten plaatsvinden.
 
Kortom: aansprakelijkheid van (ex-)bestuurders voor onbetaalde pensioenpremies kan worden gebaseerd op kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode nadat een melding betalingsonmacht is gedaan.

Advies en begeleiding van BUREN kan u helpen bij het maken van juiste stappen ter zake (potentiële) bestuurdersaansprakelijkheid. Neemt u gerust contact met ons op.

Key contacts

Daniël Oostenbroek

Senior Associate | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200

Ruud Brunninkhuis

Senior Associate | Advocaat
Stuur mij een e-mail
+31 (0)70 318 4200

Follow us!
Subscribe newsletter  LinkedIn

Gerelateerd nieuws